Bedachtzaam, plannen smeden, dromend

10 Albums Die Je Beïnvloed Hebben - Challenge

Ik zie hem weer regelmatig voorbij komen, de challenge om tien afbeeldingen van platenhoezen (albums) te plaatsen, van albums (LPs) die je beïnvloed hebben. En daar snap ik dan doorgaans weinig van.

Wij hadden het thuis niet breed en er was dus weinig zakgeld of geld voor muziek. We luisterden vooral naar de radio. Als iets mij heeft beïnvloed, dan is het de muziek van de radio. Soms, héél soms, kochten we een singletje, omdat we dat kenden van de radio en vaker wilden horen. Maar een album? Dat was toch al gauw twintig gulden, en meer dan de helft van de nummers erop kende je niet, dus dat was een grote gok om zoveel geld aan uit te geven, dus dat deden we dan maar niet.

Ik kan daarom niet echt zeggen dat albums mij beïnvloed hebben. Als ik er al een kocht, had ik er al heel wat van gehoord, of toch tenminste er heel veel over gelezen.

De eerste LP die ik zelf kocht, was filmmuziek. James Bond. The Spy Who Loved Me. De film hadden we al een paar keer gezien, dus we wisten ongeveer wat we konden verwachten, we hadden ook al wat pogingen ondernomen om een en ander met de ghettoblaster op te nemen, maar dat was een beetje mislukt. Dat was nog een flinke rib uit het lijf, vijfentwintig gulden bij Termeulen in Rotterdam. Ik kan wel makkelijk zeggen dat de film mij meer beïnvloed heeft dan de LP.


The Spy Who Loved Me - Original Soundtrack
Voorbeeld: Eastern Lights https://www.youtube.com/watch?v=MgSOKlnJo7c
Voorbeeld: Carly Simon - Nobody does it better https://www.youtube.com/watch?v=at7xLnfubFY
Wel een tegenvaller dat het beste stuk uit de film, qua muziek (als ze de piramide van Gizeh binnengaan) niet op de soundtrack staat zoals het in de film is.

En dan de periode van The Damned. Die waren indertijd regelmatig op de radio met Eloise en kort daarna met Alone Again Or. Ik ging mij daarvoor interesseren en het duurde zeker nog maanden voor ik mijn ouders zo gek kreeg dat we een keer naar Den Haag konden gaan, waar ik op de een of andere manier (tijdschrift OOR?) enkele platenwinkels had ontdekt die meer aanbod hadden dan wat er bij ons in de muziekhoek van de elektronicawinkel werd verkocht. Afijn, op die dag kwam ik thuis uit Den Haag met twee LPs, Damned Damned Damned en The Black Album (Britse versie, dubbelalbum). Hebben die mij beïnvloed? Nauwelijks. Door Damned Damned Damned ben ik niet ineens meer oude punk gaan luisteren, en The Black Album sloot eigenlijk aan bij wat ik al graag op de radio hoorde (beetje Goth).
Kleine anekdote: we waren eerst bij Plato op de Schoolstraat, in het centrum van Den Haag. Daar kon ik niks van The Damned vinden, maar toen ik het ging vragen bij de balie, was daar een muziekliefhebber die stond te wachten en die me vertelde dat ik bij Any Record moest gaan kijken. Die legde ook uit hoe we op de Piet Heinstraat moesten komen, want als provincialen hadden we natuurlijk geen idee dat daar ook nog winkels waren.


The Damned - Damned Damned Damned
Voorbeeld: Fan Club https://www.youtube.com/watch?v=dj3igZRBiaI
Playlist full album: https://www.youtube.com/watch?v=oVDIKqVS17A&list=PLo-CVFFA0DtVV1WUpc_4pORRVaLvrdWJa
The Damned - The Black Album
Voorbeeld: Twisted Nerve https://www.youtube.com/watch?v=7ZOya8iugIA
Playlist full album: https://www.youtube.com/watch?v=TZsL_nfFHUg&list=PLM0QWHFvEjTZBol0ezBMkEePUslwkyNPy

Kort daarna kregen we in Schoonhoven een eigen alternatieve platenwinkel, Raintown, onder leiding van de grote broer van mijn klasgenoot Dennis. Die broer was helemaal into the Cure (had dat ook in zijn haar geschoren, this is the 80s, weet je wel?). Daar was het goed toeven, maar ik kocht er niet zoveel omdat die platen me over het algemeen weinig zeiden. Ze zagen er beslist spannend uit, maar ik had te weinig geld om zomaar wat te proberen. Ik kocht er wel een LP van een band over wie ik in de Bravo al heel veel had gelezen:


Die Tote Hosen - Ein kleines bisschen Horrorschau
Voorbeeld: 1000 gute Gründe: https://www.youtube.com/watch?v=gjR1QZeluG8
Pas jaren later snapte ik dat dit deels de soundtrack is van de Duitse musical van A Clockwork Orange.

Inmiddels was ik wel wat aan punk gewend, dus dit was niet echt een eye-opener of zo. Wel de eerste niet-Engelstalige punkband waar ik wat van hoorde.

Het was daarna een lastige tijd, want had het nog zin LPs te kopen, terwijl de CD aan een opmars bezig was? Ik had eind jaren '80, begin jaren '90 mijn eerste CDs. Ook niet echt muziek die mij enorm heeft beïnvloed, want het is grotendeels muziek die ik van de radio al kende.


Kraftwerk - Man Machine
Full album:
https://www.youtube.com/watch?v=wl-eVipq5cE
Twin Peaks Original Soundtrack
Voorbeeld: Audrey's Dance https://www.youtube.com/watch?v=psOfz7Wr77I
The Lost Boys Original Soundtrack
Full album: https://www.youtube.com/watch?v=raI38f_xMZE

Het hele idee van "album" werd door de CD om zeep geholpen. Een echt album draai je met de groef mee tot het gaatje. Je blijft er niet naast zitten om de naald bij een willekeurig nummer te zetten. Zo heeft een echt album een bepaalde opbouw, waarover is nagedacht door de artiesten. Bij de CD is het veel losser, je kunt shuffelen en programmeren, zodat je de nummers zelf in een bepaalde volgorde zet.

Voor armlastige studenten werd het een geweldidge tijd, want mensen gingen hun LP-collectie omwisselen voor CDs en die LPs belandden voor spotprijzen op de tweedehandsmarkt. Voor een of twee gulden, de wat beter behoudenen kostten wat meer, vijf gulden of zo. Vanwege aspiraties als dj (toen nog in de betekenis van: op feestjes platen draaien) kocht ik enorm veel klassiekers, niet per se omdat ik ze heel mooi vond, maar je kunt als dj niet zonder Madonna, Prince, Michael Jackson, Duran Duran en alle andere grootheden uit de jaren '70 en '80. Opnieuw liet ik me daarbij leiden door wat ik al van de radio kende.

Met zulke spotprijzen doe je ook nog weleens een gokje. Op die manier kwam ik uit bij een LP/album dat me ècht enorm heeft beïnvloed. Het gaat om deze beauty:


Diverse artiesten - Akce Punk
Full album: https://www.youtube.com/watch?v=Mi8bLIVlga0

Het is een compliatie LP met diverse punkbands uit Tsjechoslowakijke. Ik schreef de namen van de bands op een briefje en ging ermee op interrail. Ik heb bij platenzaken in Praag, Plzen, Budovice, Bratislava, Kosice en Poprad gezocht naar LPs van die bands. Sommige heb ik gevonden, met name Slobodná Európa en Zóna A. Zo vond ik ook andere bands uit die streken, niet allemaal punk. Do Řady! kon ik echter nergens vinden, dat is iets van de laatste tijd, toen meer en meer op internet verscheen. Ik weet niet wat de naam precies betekent, maar als ik mijn briefje met Do Řady! aan de vrijwel altijd wat rijpere volksdames (denk richting Ma Flodder) uit de Oost-Europese platenzaken liet zien, keken ze me doorgaans erg vreemd aan.

Een paar jaar later en met een iets beter inkomen, heb ik nog een keer een gok gewaagd die enorm goed uitkwam.


Indochine - Radio
Voorbeeld: L'Aventurier https://www.youtube.com/watch?v=Uzzyb9ITX8k

Een formidabele band, waarmee ik eens goed kennis maakte met wat er zoals in Frankrijk gebeurt qua punk en rock.

Andere toevallige ontmoetingen op die manier kan ik me niet herinneren. Ik heb eerder kennis gemaakt met muziek via live-optredens of via de radio of de tv (als ik in een hotel in het buitenland ben, kijk ik vaak naar videoclips op een nationale of lokale zender). Al moet ik zeggen dat toen ik in Duitsland woonde, er een radioprogramma was dat gewoon een heel album draaide, met commentaar van de artiest erbij. Dus of dat telt, weet ik niet, maar het gaat om de band And One, het album heet Spot. De grap is dat het album op de radiozender me wel beïnvloedde richting het Industrial genre (wordt tegenwoordig Steampunk genoemd), en ik heb wat muziek van And One gekocht, maar dat album Spot dacht ik nog niet.
Voorbeeld: And One - Technoman https://www.youtube.com/watch?v=0EH3qsM5a9s

Bij de challenge zie ik veel albums voorbij komen die ik wel ken, of in elk geval ken ik dan een paar nummers ervan. Omdat ik vermoed dat mijn albums wat obscuurder zijn, heb ik maar de links naar de muziek erbij gezet. Luisteren op eigen risico.
Bedachtzaam, plannen smeden, dromend

Personages in een plotgedreven verhaal

Dit stuk is een halfslachtige reactie op een blog van Peter Kaptein, lees dat stuk hier.

Ik zal uitleggen hoe ik met personages omga in plotgedreven verhalen. Ik ben een plotter en een planner, ik denk eerst het verhaal uit, en het verhaal draait om de plot, niet om de personages. Personages zie ik als onderdelen van het verhaal om het verhaal te vertellen, acteurs die ervoor moeten zorgen dat wat ik wil vertellen op een aangename manier verteld kan worden. Ze staan in dienst van de plot.

MAAR DAN ZIJN ZE ONNATUURLIJK!!!1!1 roepen mensen dan.

Ja, dat klopt, als je personages niet bij de plot passen en je wilt er tòch aan vasthouden, dan moeten ze niet-natuurlijk acteren om de plot verder te helpen. De truc is dus om, als je weet hoe het verhaal ongeveer moet lopen, een personage te kiezen dat daarbij helpt. Ik stel een soort vacature op: waar moet het personage aan voldoen?

Vacature

In een van de verhalen in Horrorwinter was het van belang dat een van de hoofdpersonen op natuurlijke wijze zwanger moest raken, waardoor het een vrouw moest zijn. Dat was een hard vereiste om dat verhaal te kunnen vertellen.
Dat geldt ook voor het stel in Tijd en Ruimte: ik kreeg daar opmerkingen over van lezers die het wat tegen de borst stuitte dat het om een homoseksueel echtpaar ging, maar dat verhaal kan uitsluitend werken met een homoseksueel echtpaar (ok, het had ook een lesbisch echtpaar kunnen zijn, maar die zijn nog steeds niet heteroseksueel en zullen dan ook wel wat weerstand oproepen).

Zo kunnen er meer dingen zijn: moeten ze kunnen autorijden? Schieten, en raak? Zijn ze fit genoeg om te kunnen vluchten bij gevaar? Wat voor achtergrond hebben mensen die aan de eisen kunnen voldoen?
Daarbij zitten ook vragen als waar wonen ze, op welke familie en vrienden kunnen ze terugvallen, hoe verdienen ze hun geld? Als je je held voor twee maanden de rimboe in stuurt, hoe regelt die het dan met zijn werkgever, of opdrachtgevers? Waar halen ze überhaupt het geld voor reis en verblijf vandaan?

Door een goede vacature kun je je personage redelijk goed invullen. Daardoor heb je geen ander personage nodig dat je hoofdpersoon door het verhaal trekt. Want dat kom ik vaak tegen: vaak is het personage dan een vrouw die aan haar eigen capaciteiten twijfelt, en als het moeilijk wordt komt er een ridder op een wit paard opdraven. Of in het geval van de literaire thrillers: er is een moord gepleegd, de vrouwelijke speurder wordt geen enkel drama bespaard, en de het rapport van een forensisch labaratorium ("ridders in witte jassen")  wijst de dader aan. Het arrestatieteam pakt de dader op, terwijl de speurder nog een oplossing zoekt voor mot met de chef, liefdesproblemen en onhandelbare kinderen.
Akkoord, het ligt eraan welk verhaal je wilt lezen/schrijven. Bij een thriller wil ik toch graag lezen over de moord en op de manier waarop die wordt opgelost, bij voorkeur met een dader die aanvankelijk de speurders te slim af lijkt te zijn. Ik wil die geniale inval weten waardoor de speurders ineens door krijgen hoe de vork in de steel zit, al krijgen ze die aangerijkt door Smalle Lowietje.

Groepje

Dat gezegd hebbende, een boek kan zelden goed draaien op één personage, omdat je niet alle eigenschappen die nodig zijn geloofwaardig in één persoon kunt gieten. Je hebt dus een team van personages nodig, enkele hoofdpersonages, enkele bijpersonages.
Neem bijvoorbeeld een verhaal dat zich afspeelt in Japan, en je hoofdpersoon is een vrij gemiddelde Nederlander. Omdat je Nederlander geen Japans spreekt, is het vrij noodzakelijk een tolk in het verhaal te gebruiken als nevenpersonage. Die tolk heeft misschien wat meer in zijn mars het kan een humoristische side-kick worden, of een love-interest, of een soort bodyguard omdat hij karate kan. Dat wil ook iets zeggen over de wisselwerking met je hoofdpersoon.

Er zijn in de literatuur en in films talloze voorbeelden van goed samenwerkende groepen die min of meer samen de hoofdpersoon zijn. In comedy zie je die rollen vaak uitvergroot, en dan denk ik aan een groep als The Young Ones: er is een kalme leider van de groep, die zijn hoofd koel weet te houden (Mike), er is een sociaal bewogen opstandeling (Rick), er is een sulletje dat de pispaal is van de ander, maar ook sympathie weet op te roepen (Neil), en er is er een die alles tot chaos maakt (Vyvyan). Door de rollen goed te verdelen en niet teveel overlap te hebben, worden de personages goed te onderscheiden, je herkent ze in hun taal, in hun handelingen, gedrag, reacties, emoties.

Om je personages echt te maken, moeten ze in hun rol kunnen blijven. Of wat Kaptein schrijft:
They continue to fight where we might give up. They refuse to accept defeat. They refuse to bend or be reshaped by others.
Iemand als Neil uit The Young Ones blijft gewoon doorgaan met wat hij doet, ondanks dat het steeds mislukt. De Cock weet heel goed dat hij tips krijgt van Smalle Lowietje, maar het ligt niet in zijn rol om dan maar hele dagen in het café door te brengen om de zaken op te lossen. En Lowietje peinst er niet over om zelf naar de politie te gaan met zijn tips.
Dat maakt ook dat je aan een verwachting van de lezer voldoet: je zet een personage neer, meestal al vanaf het prille begin van het verhaal, en daarmee schep je de verwachting dat dat personage zichzelf blijft. Natuurlijk kan hij zichzelf wel ontwikkelen, maar alleen tot een andere versie van zichzelf. Het zal nooit een andere persoon worden. De gewone Nederlander in Japan is ineens niet meer zo gewoon als hij vloeiend Japans blijkt te spreken: waar heeft hij dat geleerd? Wat zegt dat over hem? Past dat nog wel bij de rol die hij in het verhaal heeft? En belangrijker: had de lezer dit kunnen verwachten uit hoe het personage eerder is voorgesteld door de schrijver?

Als ik verder lees bij Kaptein, zie ik dit:
In the end, any story I want to like, has to resonate with me, with my desires, has to resonate with my needs, my unresolved issues. And the characters moving through those stories have to resonate with me; with who I like to be, who I would want to be.
Me, myself and I

Daar ben ik het grondig mee oneens. Ik heb nooit het idee gehad dat ik een specifiek personage uit een boek zou willen zijn. Hooguit iets in de richting "ja, ridders zijn wel heel erg cool". Maar daarna speelde ik een ridder, en niet dat personage. Ik heb ook weinig met cosplay... Ik wil niet zonodig over mijzelf lezen in een boek, het is veel interessanter over anderen te lezen, want die ken ik nog niet. Ik wil een ander proberen te begrijpen in een verhaal, waarom die iets doet, wat het personage motiveert. Ik denk dat ik daarin de schrijver kan herkennen, of op zijn minst diens ervaringen met anderen.
Ik wil niet lezen over mijn problemen en noden, ik zit de hele dag al in die shit en erover lezen geeft geen oplossingen, maakt het alleen maar erger. Lezen is dan inderdaad meer een escape. Om er maar over te zwijgen dat ik mezelf zelden of nooit tegenkom in een verhaal, en dat is een van mijn motivaties om te schrijven: dat ik elementen van mijzelf in de personages kan stoppen. Ik ben niet de hoofdpersoon, maar elk personage heeft iets van mij, ik ken immers niemand anders goed genoeg om te weten hoe die echt denkt. Ik word in ideeën gevormd door te lezen over anderen, en het zou mijn schrijven schaden als ik alleen maar zou lezen over mensen die ik zou willen zijn.

Daarbij ben ik "niets", wat heb je aan een boek over iemand als mij, die (bijna) nooit iets beleeft dat de moeite waard is, die geen speciale vaardigheden heeft om het avontuur aan te gaan. Maar ik hoef niet per se iemand anders te zijn, in de zin van een rolmodel uit een of ander boek. Daarvoor vind ik de meeste personages niet goed genoeg. Hooguit zou ik ze als goede vrienden toelaten.
Ik heb een alter-ego in de vorm van Mad Jack, waar ik een roman over schreef. Maar hoewel die zeker enige trekjes van mij heeft (welke van mijn personage niet?) ben ik dat niet en wil ik dat ook niet zijn. Ik bedoel: waarom zou ik in een fucked-up wereld willen leven waarin alleen jointjes roken me geestelijk overeind houdt? Het was dan ook een onwerkelijk besef dat het huis van Mad Jack dat ik in die roman beschreef (voordat hij naar een molen verhuisde) heel erg op het appartement lijkt dat ik jaren later huurde.

Misschien ben ik in de ogen van Kaptein heel kinderlijk gebleven en dicht bij mijn core gebleven. Ik heb geweigerd me aan te passen aan anderen, ik ben een buitenbeentje en een rebel. Ik voldoe niet aan standaarden, heb daar ook geen behoefte aan. Ik heb geen behoefte me aan te passen aan groepjes waar ik uiteindelijk toch niet bij pas. Dat zijn soms keuzes, en soms is het niet anders. Maar ik kan dus wel voor een groot deel mijn eigen gang gaan, en heb geen role model nodig om me eraan te herinneren wie ik diep van binnen ben.
Dat eigengereide en onafhankelijke is trouwens iets dat ik bij diverse kunstenaars terugzie. Lastig uit te leggen, maar als je toch al buiten de boot valt qua groepjes, is het veel makkelijker om je eigen stijl in de kunsten te ontwikkelen, je voldoet in allerlei bases van het leven toch al niet aan de norm, dus waarom zou je moeite steken om je kunst dan wel binnen de norm te houden? Daarbuiten ligt de vrijheid waar anderen alleen maar van kunnen dromen, omdat ze hun normatieve bestaan niet durven loslaten (mijn partner, mijn werk, de kinderen, mijn familie mijn imago!!).

Kaptein schrijft:
I think role models represent the parts of the self we feel we could be, the selves we dream of and each time we live.

... en daarvoor moet je dus eerst een personage tegenkomen dat je inderdaad zou kunnen zijn, of waarvan je droomt het te zijn. Het is mij, tienduizenden verhalen later, nog nooit overkomen dat ik er een ben tegengekomen. Ik geloof ook niet meer dat een schrijver daartoe in staat is.

En dat zou ook raar zijn, want waarom zouden we allemaal dezelfde role model moeten hebben? Je bent een individu, je kunt niet verwachten dat zelfs een selfpub boek met een oplage van 10 alle zorgvuldig gekozen lezers allemaal in dezelfde mate aanspreekt, laat staan een bestseller van miljoenen exemplaren, of een tv-serie met vele miljoenen kijkers.

Het verhaal van Tony Montana sla ik even over, ik ken dat personage niet. Dat bedoel ik: ik loop niet mee met de massa.

Schrijf over wat je kent

Als eigengereide schrijver lap ik schrijfregels aan mijn laars. Of ik ga ze onderzoeken, om te kijken wat er nu werkelijk wordt bedoeld (want meestal worden ze uit hun verband gerukt, blijkt dan). Daar heb ik nu even geen tijd voor, maar "schrijf over wat je kent" betekent voor mij: doe eerst je research, zorg dat je kent waarover je wilt schrijven.

Kaptein schrijft hierover:

Writing what you know’ is asking you to place yourself into these situation you place your character in and ask yourself: would I feel this at that moment? Would anyone I know feel this at that moment? Would I feel this when I would be this person?
Dat is dus iets waar ik zelfs heel fel op tegen ben. Het staat er hier nogal onschuldig, maar het kan gruwelijk uit de hand lopen.  Je plaatst je via een personage in een bepaalde situatie en gaat je dan afvragen hoe je je zou voelen op dat moment. Als je het zelf niet hebt meegemaakt, is dat pure fantasie: je weet het niet, totdat je het hebt meegemaakt. Voor een deel kun je het beredeneren, maar zeker bij heftige dingen is het heel moeilijk om je voor te stellen hoe het voelt. Sommige dingen zijn namelijk niet alledaags, en gelukkig maar. Hoe voelt het om iemand dood te rijden? Hoe voelt het om alles wat je hebt in vlammen te zien opgaan? Hoe voelt het met een ongeboren dood kind rond te moeten lopen? Ik hoop dat je het niet uit ervaring kunt vertellen.
Dit zijn dingen die je wel van anderen kunt horen, die het wel meegemaakt hebben. En er zijn ook genoeg mensen die erover schrijven. Alleen is het dan een ervaring uit de tweede hand, waarbij je als schrijver niet zo heel veel ruimte hebt om daaromheen te fantaseren.
Het gevaarlijke is dat je iets verzint (uit je duim zuigt of de ervaring van een ander aandikt), en dat anderen dan zeggen "ja, maar zo voelt dat niet!" Als zij de ervaring wel hebben, waar ben jij dan als schrijvervan fictie? Daar komt natuurlijk bij dat het gevoel en de reactie deel uitmaken van het personage, en jij bent je personage niet.
Andersom kan een crisissituatie heel veel zeggen over jezelf. Als je werkelijk een een bepaalde situatie komt, kun je heel anders reageren dan je vooraf had gedacht. Daarbij kun je jezelf ook vergissen in anderen.
Het loopt uit de hand, en dat zie ik op internet in recensies gebeuren, dat lezers van je eisen dat je personages reageren zoals zij zouden reageren, ongeacht hun persoonlijkheid. Daar komt ook een oproep bij om alleen te schrijven over wat je weet, dus alleen je eigen echte ervaringen erin te verwerken.  En dat leidt weer tot alleen schrijven over jezelf, of het kleine hokje waarbij je ingedeeld wordt. Dat is de wereld van de social justice warriors, waarin je als man geen vrouw als hoofdpersoon mag hebben, omdat je niet weet wat het is een vrouw te zijn, en als blanke mag je geen zwarte hoofdpersoon hebben, want je hebt geen idee wat het is om zwart te zijn, en zo voorts. Waarbij eraan voorbij wordt gegaan dat niet alle vrouwen hetzelfde zijn en ook niet alle zwarten.

Spiegel

Ik zie literatuur (het geschrevene) vooral als hoe de schrijver de wereld ziet, in alle opzichten. Dus ook hoe hij andere mensen ziet. Hoe een personage handelt, is hoe de schrijver denkt dat het type dat dat personage is zal handelen in het echt. Daarin kan de schrijver nooit fout zitten, want hij kan niet weten hoe iemand anders dat denkt. Het hoeft ook niet conform de werkelijkheid te zien, wat hij schrijft zijn slechts zijn gedachten. Die kunnen verwerpelijk zijn, maar, om maar eens met een Godwin te komen, het is wel fijn dat Hitler in Mein Kampf zijn zijn eigen gedachten op papier zetten, zodat we nu weten hoe hij dacht, in plaats van een gekuisde politiek-correctie versie waarbij we nog steeds voor raadselen staan hoe zo'n man tot zulke gruwelijke daden heeft kunnen komen.

Dus als ik schrijf over iemand die ik zelf niet ben, verre van, dan schrijf ik dat hoe ik denk dat iemand met die persoonlijkheid onder die omstandigheden kan reageren, en ik heb er lak aan of iemand zich in dat personage herkent en mij komt vertellen dat hij het anders zou doen. Ik heb immers geen biografie voor die lezer geschreven, de lezer is aanmatigend door te denken dat ik hem als voorbeeld heb genomen.

Jumping the shark

Over het hoofdstuk over memorable characters bij Kaptein kan ik kort zijn: als je een goede plot hebt, heb je goede personages als ze helemaal bij de plot passen en die overal ondersteunen. Het is volstrekt nutteloos om eerst een personage te bouwen en pas dan aan een verhaal te denken, dat gaat vrijwel altijd mis. Meestal komt het erop neer dat het personage in steeds andere situaties wordt geplaatst om dan de reactie op de situatie uit te werken als een verhaal, of om eerder verzonnen eigenschappen die nog niet aan bod waren gekomen in deel 1 t/m 3 alsnog in deel 4 uit te werken. Dat zie je heel erg in series zonder einde, nog een extra sequel of spin-off om nog maar meer van het personage te laten zien. De situaties worden steeds absurder en wijken steeds vaker af van het hoofdverhaal, als dat er al ooit was.
Een bekende uitdrukking daarbij is "jumping the shark". https://nl.wikipedia.org/wiki/Jumping_the_shark
Hoe vaak moet de wereld worden gered?
Het idee is: blijf bij je verhaal, bij de kern van wat je wilt vertellen. Je hebt specifieke personages nodig om precies dat verhaal te vertellen. Natuurlijk heeft dat personage nog een leven na "en ze leefden nog lang en gelukkig", maar wat voegt vertellen over dat leven nog toe aan dat verhaal dat je van oorsprong wilde vertellen?
Zelfs als het character-driven is (de idee: een weeskind komt erachter de troonopvolger te zijn) is er een punt waarop het verhaal verteld is. Het weeskind weet bij de ontknoping wie zijn ouders waren en schikt zich (of niet) naar de nieuwe situatie. Dat is het verhaal. Doe je daar nog een stuk bij aan (er wordt getrouwd in boek 2, er komt een kind in boek 3, en deel 4 t/m 6 gaat over het kind van de hoofdpersoon met de hoofdpersoon in de rol van ouder en grootouder), wat zegt dat dan nog over de oorspronkelijke idee? Of, was je oorspronkelijke idee wel een goed idee en had je dat beter anders kunnen aanpakken, zodat de focus direct lag op de hele levenslange ontwikkeling? En wat wil je daar dan echt mee vertellen, behalve dat je laat zien dat je verliefd bent op je eigen hoofdpersoon?

Personages hiero

Ik wilde eigenlijk iets meer vertellen over de personages in de romans waaraan ik nu werk, hoe ik de vacature maakte en hoe ik ze heb gekozen en uitgewerkt voordat ik ben gaan schrijven aan het verhaal zelf. Ik denk dat ik daarmee teveel verklap over het verhaal zelf.
Daarom maar een ander personage, de verteller uit Algorhythm'n'Blues (gratis te lezen op diverse plaatsen).

Dat was een raar verhaal, ik had wel een idee waar het verhaal heen moest, maar wegens de deadline van Fantastels had ik nogal haast. Ik begon gewoon te schrijven, met die verteller die eerst vertelt over de dochter die later in het verhaal (de dementie slaat toe, of is dat het effect van het algoritme?) ook een zoon zou kunnen zijn. Naarmate het verhaal vordert raakt de verteller steeds meer de connectie met de werkelijkheid kwijt, en kan steeds minder de illusie (door het algoritme, of dementie?) van de werkelijkheid onderscheiden.
Ergens na de introductie had ik een stukje waarin de dochter(?) naar de verteller roept. Wat roept ze? Pap of mam? Ik schreef het allebei op, deels een grapje naar mijn ouders toe, want toen ik leerde spreken riep ik ze kennelijk allebei tegelijk door "Mampa!" te roepen. Stel dat de dochter in het verhaal bij zoiets was gebleven... enfin, ik schreef door en kwam nog een paar van die passages tegen, waarbij ik dacht, dat zoek ik later wel uit, nu eerst snel dat verhaal op papier zetten.
En toen was het verhaal op papier gezet, en had ik nog geen idee wie de verteller was. Maar toen begon het me ook te dagen dat dat helemaal niet belangrijk was, en dat het ambivalente juist heel erg in het verhaal past (de verteller is zelf vergeten wie hij of zij is, net zoals de verteller niet meer weet of die een dochter of een zoon heeft, of misschien geen van beide, of niets, wie zegt dat er überhaupt een kind is ...).
Ik wil niet zeggen dat het een echt memorabel persoon is, dat past niet bij het verhaal, maar het toont wel dat je een later bekroond verhaal kunt schrijven zonder dat je eerst je personages helemaal uitdiept.
Bedachtzaam, plannen smeden, dromend

Waarom ik jou recensies helemaal niks vind!

Dit is een reactie op het blog van Tom Kruijsen op vonkfantasy.nl (https://www.vonkfantasy.nl/2020/04/30/waarom-ik-wel-recenseer/)
De titel van mijn blog mag je als click bait beschouwen, het is niet tegen Tom gericht.

Wat is een recensie?

Het eerste wat mij in het blog van Tom opvalt, is dat hij geen duidelijke omschrijving geeft van wat een recensie is. Hij noemt elders de “bespreking”, wat kennelijk iets anders is, en er schemert in door dat een recensie is gekoppeld aan een beoordeling goed/slecht. Dat maakt het verwarrend en moeilijk om op te reageren.

Voor mij is een recensie identiek aan een bespreking en is er geen oordeel aan gekoppeld dat gevangen kan worden in een cijfer, ballen, sterren, kraaien of wat er verder nog wordt uitgedeeld. Een recensie die voornamelijk bestaat uit een samenvatting van het boek en een oordeel van de lezer is voor mij helemaal geen samenvatting, maar een ongegronde mening.
Wat vind ik dan wel een recensie?



Ik heb een formele opleiding tot recensent gehad, net als heel veel andere mensen. Het is namelijk een onderdeel van het vak Nederlands op de middelbare school (in elk geval het vwo). In de lessen literatuur leer je verschillende manieren van lezen, aan literatuur verschillende waarden koppelen (welke waarde heeft dit boek voor de Nederlandse cultuurgeschiedenis, welke rol speelde dit boek in het maatschappelijk debat. welke waarde heeft de tekst voor de ontwikkeling van de Nederlandse taal gehad?) en dat wordt ook verkend in de secundaire literatuur, ofwel de recensies en andere literatuur over literatuur. Dat vond je bijvoorbeeld terug in die boeken met samenvattingen. Eén ding mochten wij op school niet zeggen: wat je persoonlijke gevoel was bij kunst (waaronder literatuur). Het is voor je examen namelijk totaal irrelevant of je een boek wel of niet leuk vind, het gaat erom dat je hebt leren lezen en alles uit het boek weet te halen wat erin zit, daarover een mening vormt en die kunt beargumenteren.

Die kritische en bespiegelende houding is mij ook aangeleerd op de universiteit. Architectuur, de bouwkunde in al zijn facetten, is namelijk óók een kunstvorm.

Dat zoek ik dus ook in recensies. En dat kreeg ik ook, bij de recensies van literatuur en andere kunst, in dagblad Trouw waar ik jarenlang een abonement op had voor die recensies.

Wat ik van een recensie verwacht

In een recensie verwacht ik bijvoorbeeld:

- iets over de auteur en hoe diens biografie in verhouding staat met het boek (indien van toepassing). Ik heb hiertoe een poging gedaan in deze recensie: https://www.ncsf.nl/blog/2018/03/26/toekomstdenken-jack-schlimazlnik/
Om dit goed te kunnen doen zijn goede interviews met de auteurs noodzakelijk. Niet wat promotioneel geneuzel over hun nieuwste boek, maar dieper gaan, doorvragen, wie zijn ze, wat drijft hen, wat zijn hun invloeden, wie hun helden, wat proberen ze te bereiken? En doorvragen, een interview moet meer zijn dan vraag-antwoord. Prik door de commercie heen, leg de werkelijkheid bloot. Het gaat niet om de promotie van un nieuwste werkje, maar om de duiding van al hun werk: secundaire literatuur. Vraag ook eens wat aan andere mensen over de auteur, misschien en uitgever, een redacteur, een vriend of familielid.

- iets over de schrijfstijl. Niet of die bevalt of vlot is, maar een beschrijving ervan, eventueel met een duidelijk citaat om dat de illustreren. Het kan ook vergeleken worden met ander werk van de auteur, en werken van andere auteurs. Heeft de auteur zich ontwikkeld tot een andere schrijfstijl, of blijft dat hetzelfde? Zet de auteur zich met zijn schrijfstijl in een bepaalde traditie of stroming? Waar blijkt dat uit?

- iets over het genre. Bij welk (sub)genre hoort het boek, en waarom? In hoever is het vergelijkbaar met andere boeken uit dat genre? Maakt het misschien deel uit van een bepaalde stroming binnen dat genre? Hoe sterk is het genre aanwezig?

- iets over de inhoud. Niet de flaptekst, maar meer hoe de lezer-recensent het boek heeft gelezen. Welke diepere lagen zijn er ontdekt, welke thema’s, wat is volgens de lezer de idee, en waaruit blijkt dat allemaal? Hoe is het verhaal opgebouwd, en waarom? Welke vergelijkingen zijn er te maken met andere verhalen van dezelfde auteur, met andere auteurs? Welke intertextualiteit is er, welke relaties met de actualiteit? Een voorbeeld: https://www.hebban.nl/recensie/jack-schlimazlnik-over-meester-van-de-zwarte-molen

- bij bovenstaande punten kun je gebruik maken van secundaire literatuur, bijvoorbeeld recensies van anderen. Daar kun je dan naar verwijzen. Voorbeeld: https://www.hebban.nl/recensie/jack-schlimazlnik-over-het-nachtcircus

- uit de vorige punten kun je iets zeggen over in hoeverre de auteur in zijn opzet is geslaagd. Is het een duidelijk genrewerk, of juist niet? Voegt de schrijfstijl iets toe aan het verhaal? Zijn de verwijzingen makkelijk te vinden?

Boek lezen is niet genoeg

Uit bovenstaande punten merk je wel dat alleen het lezen van het boek zelf niet genoeg is. Je moet kennis hebben van meer boeken, die je ermee kunt vergelijken, en dan bij voorkeur boeken die mensen iets zeggen, de “literaire canon” is daarvoor bedoeld. Je kunt die andere boeken ook zien als een soort leestips: als je de schrijfstijl van dit boek fijn vindt, kun je ook die boeken eens proberen. Ben je geïnteresseerd in dit thema, dan kunnen die boeken interessant voor je zijn. Meer van dit soort boeken vind je bij deze voorbeelden van deze stroming, etc.

Ziltpunk

A propos, ik las vandaag een recensie over Plastic vriend, hier: https://www.hebban.nl/recensie/evelien-walravens-over-plastic-vriend Daar wordt vermeldt dat het verhaal bij het ziltpunk-genre hoort, maar waarom dat zo is, staat er niet bij. Ik ken drie ziltpunk schrijvers (Teng, Boekestein en Leeuwenhart), en wat die schrijven staat qua stijl, humor en ideeënrijkdom mijlenver verwijderd van de mij bekende verhalen van Klein Haneveld. Daarom kan ik niet veel met deze recensie: leg die beweringen uit, en als je ziltpunt niet kent, lees er dan eens over. Op Edge Zero staan zelfs enkele voorbeelden die je helemaal gratis kunt lezen.

Respect

Ik ben het eens met Tom als hij schrijft dat recensies enorm nuttig zijn, maar ik vraag me af of dat om dezelfde reden is. Ik heb ook totaal geen respect voor schrijvers die een boek schrijven, ik heb alleen respect voor schrijvers die dat opvallend goed doen (ja, ze zijn er en meestal is daar enorm veel inzet en oefening aan vooraf gegaan, lees: vele tientallen jaren schrijven en lezen). We leven immers in een tijd dat elke gek een boekje op de markt kan brengen, daar is niet iets bijzonders voor nodig. De kwaliteit van dat werk is niet iets om respect voor te hebben.

Maar goed, het nut dus.

Analytisch standpunt

Het analytische punt dat Tom maakt: helemaal mee eens. Door een verhaal te analyseren, leer je enorm veel over schrijftechnieken. Dat kun je inderdaad met een recensie doen, maar het kan ook in een juryrapport, of bij proeflezen. Het mooie van proeflezen is dat er een dialoog met de schrijver kan ontstaan: ik lees dit, en dat vind ik niet zo goed gekozen, of heb ik het verkeerd begrepen? Dat kan nog veel meer inzicht geven dat het eenrichtingsverkeer van een recensie. Wie een goede schrijver wil worden, raadt ik aan heel veel te proeflezen.

Tom schrijft ook over dat de recensie nuttig is voor schrijvers “zodat we niet allemaal hetzelfde schrijven”. Daar ben ik het maar deels mee eens. Ik vind wel dat schrijvers heel veel (goede, echte) recensies moeten lezen als ze niet de tijd hebben het boek zelf te lezen. Er worden enorm veel boeken op de markt gebracht, als schrijver heb je niet de tijd om die allemaal te lezen, ook niet alleen wat er aan oorspronkelijk Nederlandstalig werk wordt gepubliceerd. Je leest de recensies dan om te lezen wat je concullega’s zoal doen, niet per se om hen niet te kopiëren.

Addertje

Daar zit nog een addertje onder het gras: om goed te weten waar zo’n boek over gaat, moet het vrij uitgebreid beschreven zijn, en dat kan inhouden dat er wat spoilers worden genoemd. Een combinatie van flaptekst met persoonlijke leeservaring (interessante personages, pageturner, alternatieve magie-technieken, herkenbare situaties) draagt daar niet aan bij. Kijk je naar het fantasygenre, dan is het meestal iets van “nobody blijkt uitverkorene te zijn om het rijk te redden en ontpopt zich tot held”. Er zijn talloze boeken met een flaptekst die daarop neer komt. De uitwerking kan echter heel verschillend zijn. Bij In de ban van de ring komt de nobody in de ban van de ring en die corruptie is een extra obstakel naar het heldendom. Bij de Osten Ard saga van Tad Williams zijn het een heleboel nobodies, en de kern van het verhaal is dat alleen samenwerking de wereld kan redden. Bij Terry Pratchett zie je Carrot die zijn hele afkomst negeert om te doen wat hem het beste lijkt en zo een held wordt. Enfin, de meeste schrijvers hebben hun eigen uiterking van zo’n algemeen thema en dat eigene zou meer besproken mogen worden. Waarbij het niet per se verkeerd is om ongeveer hetzelfde verhaal te vertellen, want lezers vinden het herkenbare vaak ook heel fijn.

Maar inderdaad, door als schrijver recensies te lezen kun je je goed oriënteren en dan een keuze maken of je iets anders wilt, of toch te gaan voor het herkenbare.

Niet alleen qua leuk

Als lezer lees ik recensies om me te oriënteren of een boek mij mogelijk kan bevallen. Niet alleen qua “leuk”, maar ook of ik een boek gelezen moet hebben om mijn kennis van de canon te vergroten. Welke boeken zijn zo apart en bijzonder dat je ze echt gelezen moet hebben om over een hele stroming of stijl mee te kunnen praten?

Overigens loont het als recensent andere recensies te lezen, want een volgende aanvulling van flaptekst + “dit vond ik” draagt meestal weinig bij aan de functie van de recensie die Tom noemt. Recensenten horen pluriform te zijn, elk een eigen stem. De lezer kan dan recensies vergelijken en zo een bredere blik krijgen over dat verhaal. Dat is overigens de reden dat ik vaak de één- en twee-sterrenrecensies lees: wie een boek slecht vond doet vaak meer zijn best die mening te verdedigen dan iemand die het goed vond. Dan kun je het ermee eens zijn of niet, het is meestal vrij eenvoudig de argumenten te duiden en te bepalen of je er zelf ook zo in staat. Bijvoorbeeld opmerkingen over lange zinnen en moeilijke woorden: dat kan voor sommige lezers inderdaad een obstakel zijn bij het waarderen van een boek, maar een geoefend lezer kan daar juist meer leesplezier uit halen.

Oeuvrerecensie

Toevallig kwam ik vandaag een Faceboek-herinnering tegen over Wim Stolk/W.J. Maryson. Ik verwonderde me erover dat zijn korte verhalen nooit zijn gebundeld, en dat zijn er nogal wat. Er is nog steeds geen bundel of bloemlezing van zijn werk. Sterker nog, er is geen secundaire literatuur over zijn oeuvre. Hoe heeft hij zich als schrijver ontwikkeld, welke verhalen (inclusief romans) zijn de keerpunten binnen zijn oeuvre, welke gemeenschappelijke kenmerken hebben zijn verhalen, welke terugkerende thema’s zijn er, hoe valt zijn stijl te omschrijven? Dat en meer kan Marysons werk veel beter in het genre plaatsen. Door wie liet hij zich beïnvloeden en wie zijn door hem beïnvloed?

Dat soort recensies mis ik node in het fantastische genre. Het ligt voor de hand voor de overleden schrijvers zo’n bespreking van het oeuvre te maken, maar het kan ook gedaan worden voor auteurs die al een wat uitgebreider oeuvre hebben en al enige tijd schrijven. Het wordt dan handige secundaire literatuur, een bron waar je als recensent op terug kunt grijpen. Als het voldoende met betrouwbare bronnen wordt onderbouwd (publicaties van secundaire literatuur, interviews) kan het zelfs voor de Wikipedia interessant zijn, hoewel daar de meeste Nederlandse genre-auteurs niet als encyclopedie-waardig worden beschouwd en pagina’s over hen rücksichtlos verwijderd worden.

Er worden wel wat opzetjes gemaakt met databases van recensies, zoals bij het NCSF (https://www.ncsf.nl/overzicht/), of over de auteurs (http://www.sfanpedia.nl/doku.php/start). De samenhang ontbreekt echter en recensenten verwijzen er zelden naar. Daar kan dus nog veel verbeterd worden.

Er zijn redenen om geen recensies te schrijven. Je niet willen of kunnen verdiepen in een boek, de auteur, en de achtergrond daarvan is er een van. Verdiep je je daar wel in, dan kan een recensie een zeer waardevolle aanvulling zijn op met name genreliteratuur, die het niet moet hebben van de literaire bespiegelingen in de literaire publicaties. Je moet als recensent vooral goed kunnen lezen, kun je goed schrijven, dan is dat mooi meegenomen, maar het is geen must - teksten kunnen gecorrigeerd worden.
Bedachtzaam, plannen smeden, dromend

Sciencefiction: parels voor de zwijnen in coronatijd

Het woord sciencefiction impliceert dat het onderwerp gaat over fictieve wetenschap (science). Dat wordt doorgaans zo begrepen dat er een wetenschappelijke basis moet zijn voor wat verzonnen wordt, bijvoorbeeld dat de huidige technologie wordt doorgetrokken naar iets in de toekomst (bijvoorbeeld de technologie van de auto en die van het vliegtuig die gecombineerd een toekomst met vliegende auto’s oplevert). Een verhaal dat zich in de toekomst afspeelt, is niet per se een sciencefictionverhaal, het kan ook sciencefantasy zijn, of een toekomstroman, of gewoon “roman”. Daarbij is de techniek in hard-SF belangrijker dan in soft-SF, maar ook in soft-SF zal de wetenschap en de techniek in het bijzonder een rol moeten spelen.

Als kanttekening nog de opmerking dat de science in sciencefiction meestal wordt beperkt tot de technische (bèta) wetenschappen, de natuurwetenschappen en zelfs daarin nog een beperkt deel. In mijn verhaal Een bug in het systeem (https://www.smashwords.com/books/view/1015055) heb ik geprobeerd om bouwtechniek te koppelen aan fiction, iets dat niet vaak voorkomt, meestal gaat het om ruimtevaartkunde en/of cybernetica (robots).

Ik schrijf niet heel veel sciencefiction, maar ook buiten de sciencefiction vind ik het belangrijk dat dingen min of meer kloppen. Daarom schiet de thriller waar ik nu aan werk totaal niet op, want steeds als ik iets bedenk, een detail van het spoor dat de speurder volgt, wil ik weten of het wel mogelijk is, en als het niet mogelijk is, hoe ik het dan tenminste zo geloofwaardig mogelijk kan maken.
Dat laatste is een dingetje.

Suspension of disbelief

Iets zo geloofwaardig mogelijk maken hangt samen met de veelgenoemde “suspension of disbelief” (https://nl.wikipedia.org/wiki/Suspension_of_disbelief), het uitstellen van ongeloof.

Dat hangt ook met het verhaal samen. In mijn verhaal Liefe Got, ... (https://www.smashwords.com/books/view/1015980) is de setting een over-the-top universum met verwijzingen naar funny-SF (Doug Adams, Grant Naylor, Terry Pratchett). Ik heb niet onderzocht of die krankzinnige dingen echt kunnen, daar gaat het verhaal niet over. Maar aan het einde wordt een bepaald getal genoemd, en dat wilde ik koste wat het kost correct hebben (ik ben niet goed in rekenen, dus ik weet niet of het klopt, maar ik heb er wel mijn best voor gedaan). Gewoon omdat ik het belangrijk vond dat het klopt, omdat het hoort bij de ontknoping van het verhaal. Als het niet klopt, klopt de plot ook niet.

De thriller die ik schrijf, speelt zich af in het hier-en-nu en moet daarom kloppen met wat we weten van het hier-en-nu. Ik noem het een “Dan Brown”, en als je de verhalen van Dan Brown leest, dan spiegelt hij je een wereld voor die heel erg op de onze lijkt, die zelfs in details klopt (bijvoorbeeld beschrijvingen van schilderijen), maar waar de conclusies van bepaald onderzoek nèt even anders zijn dan in onze wereld, waardoor er een “schaduwwereld” ontstaat die weliswaar in verbinding staat met onze wereld, maar complotten kent die onze wereld niet heeft. Dat gaat in lagen: Als held Robert Langdon naar het Louvre gaat, is Langdon weliswaar verzonnen, maar het Louvre is echt. De kunst daar is echt. Wat meer is, de samenzweringstheorie die Brown gebruikt is echt, dat wil zeggen, er zijn mensen in onze wereld die geloven dat de geschiedenis van Jezus Christus iets anders is dan de christelijke kerk (en met hen ook de moslims) ons willen doen geloven. Daarom is er buiten de romans van Brown om veel over dat onderwerp te vinden, zoals het boek Het heilige bloed en de heilige graal. Brown is niet de enige die over dat onderwerp schreef. En juist omdat die verhalen niet op zichzelf staan en er studies over zijn verschenen, mensen er sowieso al over discussiëren en speculeren, verhoogt dat de waarheidsbeleving van het verhaal en is het ongeloof makkelijker uit te stellen.

Gliese

Zo werkt het met sciencefiction ook: het is makkelijker te geloven als er wetenschappelijke studies over het onderwerp zijn. Zo is de sf-wereld op dit moment in de ban van de mogelijk bewoonbare exo-planeet Gliese 876 d, die mogelijk bewoonbaar zou zijn omdat die volgens wetenschappers (sterrenkundigen) zo op de Aarde lijkt. We zijn door de wetenschap de tijd voorbij dat je nog serieus een verhaal kunt schrijven over menselijk leven op Venus of Jupiter, dat is niet meer geloofwaardig.

Doordat wetenschap wat toegankelijker is geworden (tv, internet, populairwetenschappelijke tijdschriften), zijn er ook meer mensen die weten dat leven op Jupiter niet kan, want dat is een gasplaneet. Of het kan misschien wel, maar dan moet je als sciencefictionschrijver je huiswerk heel goed doen en tot in detail kunnen uitleggen hoe dat dan werkt, in elk geval gedetailleerd genoeg om het aannemelijk te maken.

De wereld is grofweg verdeeld in mensen die thuis zijn in de wetenschappen en zij die dat niet zijn. Dat is mij de afgelopen maanden in de corona-crisis pijnlijk duidelijk geworden. Er zijn enorm veel mensen die helemaal niets van wetenschap snappen en zelfs basale kennis ontberen om bepaalde zaken goed in te kunnen schatten. Helaas laten die luidkeels van zich horen. Dan denk ik, waarom doe ik zoveel moeite om mijn verhalen enigszins kloppend te krijgen als je die mensen letterlijk alles wijs kunt maken?

Het ene antwoord waarom ik persoonlijk die moeite doe, is dat ik het zelf heel bevredigend vind om dingen uit te zoeken en daarvan te leren. Ik schrijf hoofdzakelijk voor mijzelf, dus daar zit het “waarom” voor mij. Maar ik ben natuurlijk niet de enige sciencefictionschrijver. Ik weet dat anderen ook moeite doen om de science in hun verhalen niet te veel naar magic te laten afglijden. In schrijfwedstrijden in het genre is geloofwaardigheid (suspension of disbelief) een belangrijke factor voor een hoge waardering. Maar is dat werkelijk zo’n issue? Of: hoever moet je op je knieën gaan om basale wetenschappelijke zaken uit te leggen als het bestaan van de zwaartekracht, waarvan je toch aan zou moeten kunnen nemen dat dat ergens op school wordt onderwezen, om je verhaal aannemelijk te maken?

Dat is ook zo angstaanjagend aan die corona-crisis: de kinderen die thuisonderwijs krijgen, krijgen nu de zienswijze van hun ouders te horen in plaats van die van het onderwijs, en als je ziet wat die ouders aan onzin uitbraken over corona-gerelateerde zaken dan draait je maag om.

Drie hoofdpunten

Bij dat hele corona-gebeuren gaat het om drie hoofdpunten:

- kennis van wetenschappelijke methodiek
Dit is wat mensen op de universiteit leren en een beetje op het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo). In het kort gezegd gaat het erover hoe wetenschappers horen te werken, welke methoden ze daarbij gebruiken en waarom ze die gebruiken. Termen die hierbij horen zijn peer-review, reproduceerbaar, model, statistiek, kans, hypothese, empirisch, causaliteit. In principe zijn de methodieken voor alle wetenschappen gelijk. Het maakt dus niet uit of je een alfa- of een bèta-wetenschapper voor je hebt die dit uitlegt.

- kennis van basisbeginselen uit de wetenschap
Hier heb ik een beetje veel moeite mee. Ik was namelijk in de veronderstelling dat mensen dit op school leerden, basis/lagere school en het vervolgonderwijs. Bovendien zie ik vaak genoeg in bladen als Donald Duck dat deze basale kennis spelenderwijs wordt aangesneden. Het is veel, het is breed, maar het is wel basiskennis, zoals wat is zwaartekracht (Newton-model, dus op empirische grondslag en niet de kwantummechanische versie), wat is straling, wat zijn virussen, hoe verspreidde de pest zich over de wereld en wat is quarantaine, hoe werkt een mobiele telefoon (ongeveer). Niks specialistisch, gewoon begrijpen hoe de wereld om je heen ongeveer werkt. Maar mensen weten dat dus niet, bezitten die kennis niet. Als je sciencefiction schrijft kun je je dus in allerlei bochten wringen om iets aannemelijk te maken, lezers zullen het simpelweg niet begrijpen omdat ze de kennis niet hebben om te begrijpen dat je het aannemelijk maakt.

- kennis van specialismen
Hier komen we al snel in hoax-land. In het verre verleden stond de universiteit voor een universele opleiding, aan de universiteit leerde je alles wat er te leren viel. Maar al snel daarna vielen de universiteiten uiteen in verschillende faculteiten, waaronder recht, godsdienst, en geneeskunde. Iemand die rechten heeft gestudeerd is geen chirurg. Die verdeling ging steeds verder. We zien bijvoorbeeld dat de technische universiteiten volledig gescheiden zijn van de algemene universiteiten, en de theologische universiteiten zijn een klasse apart geworden. Er is wel enige overlap (sterrenkunde kun je zowel aan de technische universiteit studeren als aan een algemene universiteit, bijvoorbeeld), maar dat is beperkt. Nog steeds kan iemand die slechts rechten heeft gestudeerd geen chirurg zijn, en een chirurg zonder aanvullende juridische opleiding wil je niet als advocaat.
In hoax-land doet men een beroep op autoriteit: “een medewerker van de universiteit van Bazel...”, “een Japanse wetenschapper”. Dat moet vertrouwen wekken. Wetenschappers maken daar misbruik van. Echte wetenschappers die verbonden zijn aan een universiteit doen uitspraken over het corona-virus/covid-19, over de lockdown, over van alles en nog wat, zonder dat zij een specialisme hebben dat hen de autoriteit kan geven iets daarover te zeggen. Nogmaals, zou jij een advocaat in plaats van een chirurg in de operatiekamer willen hebben? Waarom zou je dan een wiskundige willen geloven die het over biologie heeft?
Dus trek na wie die wetenschapper is, wat zijn specialisme is, wat zijn peer-reviewers erover hebben te zeggen.

Coronacrisis

Nu is de situatie rond corona best gecompliceerd. Ten eerste is het iets biologisch, want het is een virus. Biologie is een ruim begrip, mijn vriendin die marien bioloog is, zou ik niet op corona durven loslaten, want het is geen vis. Ze is zelfs zover doorgespecialiseerd dat ze een in een restaurant geserveerde vis niet kan determineren (lang verhaal, haar vader moest er hartelijk om lachen dat ze na acht jaar studie en ettelijke jaren werkervaring in de visserij het verschil niet zag tussen zoet- en zoutwatervissen). Je hebt dus iemand nodig die zich in virussen heeft gespecialiseerd. Maar voor de verspreiding van het virus heb je weer andere mensen nodig, meer alfa, over demografie bijvoorbeeld, en sociaal verkeer. Voor oplossingen heb je niet alleen mensen nodig uit de geneeskunde-hoek, maar ook politici die afwegingen moeten maken, die beslissingen moeten nemen. Wat de lockdown met ons doet, is voer voor psychologen. Als het over de economie hebt die op zijn gat ligt, heb je daar specialisten voor nodig uit dat vakgebied. Zo zijn er talloze specialisten die een bijdrage kunnen leveren, maar ze moeten wel een bijdrage leveren die past bij hun specialisme. Opnieuw: je wilt geen chirurg naast je hebben staan als je de staat aanklaagt. In het geval van coronacrisis moeten ze elkaar kunnen aanvullen, in plaats van als leek specialisten tegenspreken.

5G

Het wordt nog gecompliceerder als 5G erbij wordt betrokken. Je hebt het dan over straling en dan gaan bij de meeste mensen de haren al overeind staan. Maar het is de basale kennis over straling die hier ontbreekt, en waardoor mensen doodsbang zijn voor niets. Dat wordt door de journalistiek nog eens aangewakkerd, omdat in de “main stream media” geen wetenschapsjournalisten zijn die kritische vragen kunnen stellen. Nu was het toch al huilen met de pet op met de journalisten die niet opletten en dus een vraag stellen over iets wat kort daarvoor is uitgelegd, of journalisten die een vraag als “hoe zit het nu met de eredivisie?” belangrijker vinden dan “hoe gaat de staat ervoor zorgen dat niet half Nederland aan de bedelstaf raakt?” Maar ik heb nog steeds vragen als “hoeveel procent van het virus is na een uur gestorven nadat het is uitgehoest in de lucht?”

Doordat men absoluut niet begrijpt hoe basale zaken werken, laat men zich makkelijk beïnvloeden door wetenschappers (als ze dat al zijn) die hun autoriteit misbruiken voor uitspraken over specialismen waarin zij niet of onvoldoende thuis zijn. Die mensen hebben onvoldoende kennis over de drie voorgenoemde punten om te zien dat ze onzin krijgen toegediend. Hun suspension of disbelief is om jaloers op te zijn, als sciencefictionschrijver.

Het gaat echter nog een stap verder. Er zit namelijk ook een mechanisme achter om “de elite” niet te vertrouwen. Nu is wat gezonde scepsis nooit weg, maar je kunt het ook overdrijven. Ik weet heus wel dat Rutte beloften heeft gedaan die hij niets is nagekomen (ik heb die 1000 euro nog steeds niet), maar dat is geen reden om aan te nemen dat hij ons voorliegt in de coronacrisis. Zeker niet als je basale kennis van zaken hebt, is het vrij logisch wat Rutte zegt, overigens namens het RIVM. Ik vind het ook niet leuk om binnen te zitten en niemand meer te ontmoeten, maar ik begrijp waarom dit nodig is.

Ik hoor uit verschillende hoeken dat de lockdown als een straf wordt ervaren, dat we dit doen om “dor hout” in leven te houden, en meer van dat. Enfin, er is genoeg te vinden, en helaas niet alleen op social media. Klokken en klepels. Een fraaie is ook de omkering van oorzaak en gevolg: kijk hoe weinig doden er zijn, die hele lockdown is niet nodig (de oorzaak van het relatief lage aantal doden is de lockdown). Mensen luisteren niet naar uitleg, omdat ze de wetenschappers die moeite doen het uit te leggen niet vertrouwen. Wetenschap is sowieso onbetrouwbaar, want de feiten veranderen steeds (dat klopt, dat is wetenschapsmethodiek: als je voortschrijdend inzicht hebt, pas je de feiten aan). Als de onbetrouwbare overheid, Mark Rutte en het overheidsinstituut RIVM samenwerkt met wetenschappers, zijn die wetenschappers dus niet te vertrouwen, volgens hele volksstammen die de algemene, basale kennis niet hebben om te weten waar het precies over gaat. Alle kennis is verdacht, alle wetenschappers zijn verdacht, je bent niet “woke” als je dat niet ziet. Alles wat je ooit hebt geleerd klopt niet en is onderdeel van de samenzwering om je ervan te overtuigen dat de wereld in orde is.

Bielefeld

Ik zie wel dat mensen met een wetenschappelijke achtergrond proberen te vertellen wat er werkelijk aan de hand is, en waarom de mensen die “woke” zijn ernaast zitten, maar dat is dweilen met de kraan open als zelfs het allerbasaalste, het empirische ter discussie wordt gesteld.
Nu ben ik een groot liefhebber van samenzweringstheorieën pseudowetenschap. Ik vind ze vooral amusant, zoals genreverhalen met hun “what, if?” gehalte amusant zijn. “What, if...?” de wereld wordt geregeerd door reptilians? Zo is de hele Bielefeld-samenzwering ooit als grap ontstaan (ik ken iemand die mee heeft gewerkt aan die grap). Er zullen meer grappen zijn, die vervolgens geloofd worden, dus van “what if...?” naar een “maar het zou toch kunnen dat...” om zich te ontwikkelen tot een “het is aannemelijk dat...” en “het is een feit dat..” waarop volgt wat alles wat niet in de theorie past dus een leugen is. Dat is het punt waarop de overheden niet meer worden vertrouwd en integere wetenschappers niet meer worden geloofd, het punt waarop ook de eigen opleiding niet meer wordt vertrouwd. Hoe kun je leven met het feit dat alles wat je weet volgens je eigen opvattingen niet klopt? Red pill, blue pill, maar mensen denken kennelijk dat The Matrix een documentaire is in plaats van een sciencefictionverhaal.

Die theorieën hebben hun onschuld verloren op het moment dat het mensenlevens kost. Heel bekend zijn natuurlijk de samenzweringstheorieën over de Joden, de protocollen van Zion, de nieuwe wereldorde: dat lag aan de basis van de holocaust en ligt aan de basis van veel modern antisemitisme. Vanuit die hoek van “vrijdenkers” komen ook de theorieën over het omvolken van de blanke (Europese) bevolking, wat volgens hen gepaard gaat met het propageren van homoseksualiteit en transseksualiteit: alles om de blanke Europese bevolking uit te roeien, waardoor er een felle homohaat is ontstaan.

De scepsis rondom corona, gevoed door de wil om “normaal te kunnen leven” en het gigantische gebrek aan basiskennis, kost ook mensen levens. Door roeptoeters te geloven in plaats van verdieping te zoeken in (populairwetenschappelijke) kennis op basisschoolniveau komen we in gevaarlijke situaties.

De hoop is gevestigd op een soort kudde-immuniteit als het gaat om intelligentie: genoeg mensen die wel snappen wat er aan de hand is en hun uiterste best doen om de crisis niet onbeheersbaar te maken, en daarmee het onbesuisde gedrag van de ongelovigen en onkundigen te corrigeren. Ik moet zeggen dat ik die hoop bijna heb verloren, de meeste mensen zijn gewoon te dom om te leven, en het is kwalijk dat ze in hun stupiditeit de levens van anderen op het spel zetten.

Woke sprookjes

Nogmaals terug naar de sciencefiction. Als ik een verhaal zou hebben verzonnen over een pandemie anno 2020, had ik dit niet zo kunnen verzinnen. De pandemie, het virus, dat misschien wel, ook nog wel wat geneuzel over aanvankelijke verkeerde inschattingen waardoor het virus om zich heen kan grijpen. Misschien zou ik dat niet verzinnen, maar schaamteloos pikken uit de sciencefictionwerken die een dergelijk plot hebben. Maar die enorme stupiditeit haat mijn wetenschappelijke pet echt te boven, want ik kan het op geen enkele manier aannemelijk maken dat corona wordt veroorzaakt door 5G, of dat het opheffen van de lockdown mensenlevens kan redden. Maar het “woke” volk gelooft graag in sprookjes.

Misschien moet ik me toeleggen op het schrijven van sprookjes. Die hebben kennelijk wel een hoog gehalte van “suspension of disbelief”.

Het bovenstaandeis een reactie op een Facebookvriend uit de pagan-hoek. Die schreef een epistel over hoe de hele paganwereld altijd zo begaan is met mensen en de natuur, dat ze compassie predikt en harmonieus samenzijn, dat we persoonlijke offers moeten brengen voor het welzijn van de wereld en Moeder Natuur, maar dat nu puntje bij paaltje komt al die principes overboord worden gegooid en egoïsme hoogtij viert. En dat die pagans die altijd zeggen zoveel te weten over de natuur (velen van hen zitten in de “healing”, de alternatieve geneeskunde) geen enkel benul hebben van virussen en hoe die zich verspreiden. Dat is werkelijk een angstaanjagende wereld, waarin mensen door angst gedreven hun werkelijke gezicht laten zien: egoïsme en hebzucht.