Dit stuk is een halfslachtige reactie op een blog van Peter Kaptein, lees dat stuk
hier.
Ik zal uitleggen hoe ik met personages omga in plotgedreven verhalen. Ik ben een plotter en een planner, ik denk eerst het verhaal uit, en het verhaal draait om de plot, niet om de personages. Personages zie ik als onderdelen van het verhaal om het verhaal te vertellen, acteurs die ervoor moeten zorgen dat wat ik wil vertellen op een aangename manier verteld kan worden. Ze staan in dienst van de plot.
MAAR DAN ZIJN ZE ONNATUURLIJK!!!1!1 roepen mensen dan.
Ja, dat klopt, als je personages niet bij de plot passen en je wilt er tòch aan vasthouden, dan moeten ze niet-natuurlijk acteren om de plot verder te helpen. De truc is dus om, als je weet hoe het verhaal ongeveer moet lopen, een personage te kiezen dat daarbij helpt. Ik stel een soort vacature op: waar moet het personage aan voldoen?
VacatureIn een van de verhalen in Horrorwinter was het van belang dat een van de hoofdpersonen op natuurlijke wijze zwanger moest raken, waardoor het een vrouw moest zijn. Dat was een hard vereiste om dat verhaal te kunnen vertellen.
Dat geldt ook voor het stel in Tijd en Ruimte: ik kreeg daar opmerkingen over van lezers die het wat tegen de borst stuitte dat het om een homoseksueel echtpaar ging, maar dat verhaal kan uitsluitend werken met een homoseksueel echtpaar (ok, het had ook een lesbisch echtpaar kunnen zijn, maar die zijn nog steeds niet heteroseksueel en zullen dan ook wel wat weerstand oproepen).
Zo kunnen er meer dingen zijn: moeten ze kunnen autorijden? Schieten, en raak? Zijn ze fit genoeg om te kunnen vluchten bij gevaar? Wat voor achtergrond hebben mensen die aan de eisen kunnen voldoen?
Daarbij zitten ook vragen als waar wonen ze, op welke familie en vrienden kunnen ze terugvallen, hoe verdienen ze hun geld? Als je je held voor twee maanden de rimboe in stuurt, hoe regelt die het dan met zijn werkgever, of opdrachtgevers? Waar halen ze überhaupt het geld voor reis en verblijf vandaan?
Door een goede vacature kun je je personage redelijk goed invullen. Daardoor heb je geen ander personage nodig dat je hoofdpersoon door het verhaal trekt. Want dat kom ik vaak tegen: vaak is het personage dan een vrouw die aan haar eigen capaciteiten twijfelt, en als het moeilijk wordt komt er een ridder op een wit paard opdraven. Of in het geval van de literaire thrillers: er is een moord gepleegd, de vrouwelijke speurder wordt geen enkel drama bespaard, en de het rapport van een forensisch labaratorium ("ridders in witte jassen") wijst de dader aan. Het arrestatieteam pakt de dader op, terwijl de speurder nog een oplossing zoekt voor mot met de chef, liefdesproblemen en onhandelbare kinderen.
Akkoord, het ligt eraan welk verhaal je wilt lezen/schrijven. Bij een thriller wil ik toch graag lezen over de moord en op de manier waarop die wordt opgelost, bij voorkeur met een dader die aanvankelijk de speurders te slim af lijkt te zijn. Ik wil die geniale inval weten waardoor de speurders ineens door krijgen hoe de vork in de steel zit, al krijgen ze die aangerijkt door Smalle Lowietje.
GroepjeDat gezegd hebbende, een boek kan zelden goed draaien op één personage, omdat je niet alle eigenschappen die nodig zijn geloofwaardig in één persoon kunt gieten. Je hebt dus een team van personages nodig, enkele hoofdpersonages, enkele bijpersonages.
Neem bijvoorbeeld een verhaal dat zich afspeelt in Japan, en je hoofdpersoon is een vrij gemiddelde Nederlander. Omdat je Nederlander geen Japans spreekt, is het vrij noodzakelijk een tolk in het verhaal te gebruiken als nevenpersonage. Die tolk heeft misschien wat meer in zijn mars het kan een humoristische side-kick worden, of een love-interest, of een soort bodyguard omdat hij karate kan. Dat wil ook iets zeggen over de wisselwerking met je hoofdpersoon.
Er zijn in de literatuur en in films talloze voorbeelden van goed samenwerkende groepen die min of meer samen de hoofdpersoon zijn. In comedy zie je die rollen vaak uitvergroot, en dan denk ik aan een groep als The Young Ones: er is een kalme leider van de groep, die zijn hoofd koel weet te houden (Mike), er is een sociaal bewogen opstandeling (Rick), er is een sulletje dat de pispaal is van de ander, maar ook sympathie weet op te roepen (Neil), en er is er een die alles tot chaos maakt (Vyvyan). Door de rollen goed te verdelen en niet teveel overlap te hebben, worden de personages goed te onderscheiden, je herkent ze in hun taal, in hun handelingen, gedrag, reacties, emoties.
Om je personages echt te maken, moeten ze in hun rol kunnen blijven. Of wat Kaptein schrijft:
They continue to fight where we might give up. They refuse to accept defeat. They refuse to bend or be reshaped by others.
Iemand als Neil uit The Young Ones blijft gewoon doorgaan met wat hij doet, ondanks dat het steeds mislukt. De Cock weet heel goed dat hij tips krijgt van Smalle Lowietje, maar het ligt niet in zijn rol om dan maar hele dagen in het café door te brengen om de zaken op te lossen. En Lowietje peinst er niet over om zelf naar de politie te gaan met zijn tips.
Dat maakt ook dat je aan een verwachting van de lezer voldoet: je zet een personage neer, meestal al vanaf het prille begin van het verhaal, en daarmee schep je de verwachting dat dat personage zichzelf blijft. Natuurlijk kan hij zichzelf wel ontwikkelen, maar alleen tot een andere versie van zichzelf. Het zal nooit een andere persoon worden. De gewone Nederlander in Japan is ineens niet meer zo gewoon als hij vloeiend Japans blijkt te spreken: waar heeft hij dat geleerd? Wat zegt dat over hem? Past dat nog wel bij de rol die hij in het verhaal heeft? En belangrijker: had de lezer dit kunnen verwachten uit hoe het personage eerder is voorgesteld door de schrijver?
Als ik verder lees bij Kaptein, zie ik dit:
In the end, any story I want to like, has to resonate with me, with my desires, has to resonate with my needs, my unresolved issues. And the characters moving through those stories have to resonate with me; with who I like to be, who I would want to be.
Me, myself and IDaar ben ik het grondig mee oneens. Ik heb nooit het idee gehad dat ik een specifiek personage uit een boek zou willen zijn. Hooguit iets in de richting "ja, ridders zijn wel heel erg cool". Maar daarna speelde ik een ridder, en niet dat personage. Ik heb ook weinig met cosplay... Ik wil niet zonodig over mijzelf lezen in een boek, het is veel interessanter over anderen te lezen, want die ken ik nog niet. Ik wil een ander proberen te begrijpen in een verhaal, waarom die iets doet, wat het personage motiveert. Ik denk dat ik daarin de schrijver kan herkennen, of op zijn minst diens ervaringen met anderen.
Ik wil niet lezen over mijn problemen en noden, ik zit de hele dag al in die shit en erover lezen geeft geen oplossingen, maakt het alleen maar erger. Lezen is dan inderdaad meer een escape. Om er maar over te zwijgen dat ik mezelf zelden of nooit tegenkom in een verhaal, en dat is een van mijn motivaties om te schrijven: dat ik elementen van mijzelf in de personages kan stoppen. Ik ben niet de hoofdpersoon, maar elk personage heeft iets van mij, ik ken immers niemand anders goed genoeg om te weten hoe die echt denkt. Ik word in ideeën gevormd door te lezen over anderen, en het zou mijn schrijven schaden als ik alleen maar zou lezen over mensen die ik zou willen zijn.
Daarbij ben ik "niets", wat heb je aan een boek over iemand als mij, die (bijna) nooit iets beleeft dat de moeite waard is, die geen speciale vaardigheden heeft om het avontuur aan te gaan. Maar ik hoef niet per se iemand anders te zijn, in de zin van een rolmodel uit een of ander boek. Daarvoor vind ik de meeste personages niet goed genoeg. Hooguit zou ik ze als goede vrienden toelaten.
Ik heb een alter-ego in de vorm van Mad Jack, waar ik een roman over schreef. Maar hoewel die zeker enige trekjes van mij heeft (welke van mijn personage niet?) ben ik dat niet en wil ik dat ook niet zijn. Ik bedoel: waarom zou ik in een fucked-up wereld willen leven waarin alleen jointjes roken me geestelijk overeind houdt? Het was dan ook een onwerkelijk besef dat het huis van Mad Jack dat ik in die roman beschreef (voordat hij naar een molen verhuisde) heel erg op het appartement lijkt dat ik jaren later huurde.
Misschien ben ik in de ogen van Kaptein heel kinderlijk gebleven en dicht bij mijn
core gebleven. Ik heb geweigerd me aan te passen aan anderen, ik ben een buitenbeentje en een rebel. Ik voldoe niet aan standaarden, heb daar ook geen behoefte aan. Ik heb geen behoefte me aan te passen aan groepjes waar ik uiteindelijk toch niet bij pas. Dat zijn soms keuzes, en soms is het niet anders. Maar ik kan dus wel voor een groot deel mijn eigen gang gaan, en heb geen
role model nodig om me eraan te herinneren wie ik diep van binnen ben.
Dat eigengereide en onafhankelijke is trouwens iets dat ik bij diverse kunstenaars terugzie. Lastig uit te leggen, maar als je toch al buiten de boot valt qua groepjes, is het veel makkelijker om je eigen stijl in de kunsten te ontwikkelen, je voldoet in allerlei bases van het leven toch al niet aan de norm, dus waarom zou je moeite steken om je kunst dan wel binnen de norm te houden? Daarbuiten ligt de vrijheid waar anderen alleen maar van kunnen dromen, omdat ze hun normatieve bestaan niet durven loslaten (mijn partner, mijn werk, de kinderen, mijn familie mijn imago!!).
Kaptein schrijft:
I think role models represent the parts of the self we feel we could be, the selves we dream of and each time we live.
... en daarvoor moet je dus eerst een personage tegenkomen dat je inderdaad zou kunnen zijn, of waarvan je droomt het te zijn. Het is mij, tienduizenden verhalen later, nog nooit overkomen dat ik er een ben tegengekomen. Ik geloof ook niet meer dat een schrijver daartoe in staat is.
En dat zou ook raar zijn, want waarom zouden we allemaal dezelfde role model moeten hebben? Je bent een individu, je kunt niet verwachten dat zelfs een selfpub boek met een oplage van 10 alle zorgvuldig gekozen lezers allemaal in dezelfde mate aanspreekt, laat staan een bestseller van miljoenen exemplaren, of een tv-serie met vele miljoenen kijkers.
Het verhaal van Tony Montana sla ik even over, ik ken dat personage niet. Dat bedoel ik: ik loop niet mee met de massa.
Schrijf over wat je kent
Als eigengereide schrijver lap ik schrijfregels aan mijn laars. Of ik ga ze onderzoeken, om te kijken wat er nu werkelijk wordt bedoeld (want meestal worden ze uit hun verband gerukt, blijkt dan). Daar heb ik nu even geen tijd voor, maar "schrijf over wat je kent" betekent voor mij: doe eerst je research, zorg dat je kent waarover je wilt schrijven.
Kaptein schrijft hierover:
Writing what you know’ is asking you to place yourself into these situation you place your character in and ask yourself: would I feel this at that moment? Would anyone I know feel this at that moment? Would I feel this when I would be this person?
Dat is dus iets waar ik zelfs heel fel op tegen ben. Het staat er hier nogal onschuldig, maar het kan gruwelijk uit de hand lopen. Je plaatst je via een personage in een bepaalde situatie en gaat je dan afvragen hoe je je zou voelen op dat moment. Als je het zelf niet hebt meegemaakt, is dat pure fantasie: je weet het niet, totdat je het hebt meegemaakt. Voor een deel kun je het beredeneren, maar zeker bij heftige dingen is het heel moeilijk om je voor te stellen hoe het voelt. Sommige dingen zijn namelijk niet alledaags, en gelukkig maar. Hoe voelt het om iemand dood te rijden? Hoe voelt het om alles wat je hebt in vlammen te zien opgaan? Hoe voelt het met een ongeboren dood kind rond te moeten lopen? Ik hoop dat je het niet uit ervaring kunt vertellen.
Dit zijn dingen die je wel van anderen kunt horen, die het wel meegemaakt hebben. En er zijn ook genoeg mensen die erover schrijven. Alleen is het dan een ervaring uit de tweede hand, waarbij je als schrijver niet zo heel veel ruimte hebt om daaromheen te fantaseren.
Het gevaarlijke is dat je iets verzint (uit je duim zuigt of de ervaring van een ander aandikt), en dat anderen dan zeggen "ja, maar zo voelt dat niet!" Als zij de ervaring wel hebben, waar ben jij dan als schrijvervan fictie? Daar komt natuurlijk bij dat het gevoel en de reactie deel uitmaken van het personage, en jij bent je personage niet.
Andersom kan een crisissituatie heel veel zeggen over jezelf. Als je werkelijk een een bepaalde situatie komt, kun je heel anders reageren dan je vooraf had gedacht. Daarbij kun je jezelf ook vergissen in anderen.
Het loopt uit de hand, en dat zie ik op internet in recensies gebeuren, dat lezers van je eisen dat je personages reageren zoals
zij zouden reageren, ongeacht hun persoonlijkheid. Daar komt ook een oproep bij om alleen te schrijven over wat je weet, dus alleen je eigen echte ervaringen erin te verwerken. En dat leidt weer tot alleen schrijven over jezelf, of het kleine hokje waarbij je ingedeeld wordt. Dat is de wereld van de social justice warriors, waarin je als man geen vrouw als hoofdpersoon mag hebben, omdat je niet weet wat het is een vrouw te zijn, en als blanke mag je geen zwarte hoofdpersoon hebben, want je hebt geen idee wat het is om zwart te zijn, en zo voorts. Waarbij eraan voorbij wordt gegaan dat niet alle vrouwen hetzelfde zijn en ook niet alle zwarten.
SpiegelIk zie literatuur (het geschrevene) vooral als hoe de schrijver de wereld ziet, in alle opzichten. Dus ook hoe hij andere mensen ziet. Hoe een personage handelt, is hoe de schrijver denkt dat het type dat dat personage is zal handelen in het echt. Daarin kan de schrijver nooit fout zitten, want hij kan niet weten hoe iemand anders dat denkt. Het hoeft ook niet conform de werkelijkheid te zien, wat hij schrijft zijn slechts zijn gedachten. Die kunnen verwerpelijk zijn, maar, om maar eens met een Godwin te komen, het is wel fijn dat Hitler in Mein Kampf zijn zijn eigen gedachten op papier zetten, zodat we nu weten hoe hij dacht, in plaats van een gekuisde politiek-correctie versie waarbij we nog steeds voor raadselen staan hoe zo'n man tot zulke gruwelijke daden heeft kunnen komen.
Dus als ik schrijf over iemand die ik zelf niet ben, verre van, dan schrijf ik dat hoe ik denk dat iemand met die persoonlijkheid onder die omstandigheden kan reageren, en ik heb er lak aan of iemand zich in dat personage herkent en mij komt vertellen dat hij het anders zou doen. Ik heb immers geen biografie voor die lezer geschreven, de lezer is aanmatigend door te denken dat ik hem als voorbeeld heb genomen.
Jumping the sharkOver het hoofdstuk over memorable characters bij Kaptein kan ik kort zijn: als je een goede plot hebt, heb je goede personages als ze helemaal bij de plot passen en die overal ondersteunen. Het is volstrekt nutteloos om eerst een personage te bouwen en pas dan aan een verhaal te denken, dat gaat vrijwel altijd mis. Meestal komt het erop neer dat het personage in steeds andere situaties wordt geplaatst om dan de reactie op de situatie uit te werken als een verhaal, of om eerder verzonnen eigenschappen die nog niet aan bod waren gekomen in deel 1 t/m 3 alsnog in deel 4 uit te werken. Dat zie je heel erg in series zonder einde, nog een extra sequel of spin-off om nog maar meer van het personage te laten zien. De situaties worden steeds absurder en wijken steeds vaker af van het hoofdverhaal, als dat er al ooit was.
Een bekende uitdrukking daarbij is "jumping the shark".
https://nl.wikipedia.org/wiki/Jumping_the_sharkHoe vaak moet de wereld worden gered?
Het idee is: blijf bij je verhaal, bij de kern van wat je wilt vertellen. Je hebt specifieke personages nodig om precies dat verhaal te vertellen. Natuurlijk heeft dat personage nog een leven na "en ze leefden nog lang en gelukkig", maar wat voegt vertellen over dat leven nog toe aan dat verhaal dat je van oorsprong wilde vertellen?
Zelfs als het character-driven is (de idee: een weeskind komt erachter de troonopvolger te zijn) is er een punt waarop het verhaal verteld is. Het weeskind weet bij de ontknoping wie zijn ouders waren en schikt zich (of niet) naar de nieuwe situatie. Dat is het verhaal. Doe je daar nog een stuk bij aan (er wordt getrouwd in boek 2, er komt een kind in boek 3, en deel 4 t/m 6 gaat over het kind van de hoofdpersoon met de hoofdpersoon in de rol van ouder en grootouder), wat zegt dat dan nog over de oorspronkelijke idee? Of, was je oorspronkelijke idee wel een goed idee en had je dat beter anders kunnen aanpakken, zodat de focus direct lag op de hele levenslange ontwikkeling? En wat wil je daar dan echt mee vertellen, behalve dat je laat zien dat je verliefd bent op je eigen hoofdpersoon?
Personages hiero Ik wilde eigenlijk iets meer vertellen over de personages in de romans waaraan ik nu werk, hoe ik de vacature maakte en hoe ik ze heb gekozen en uitgewerkt voordat ik ben gaan schrijven aan het verhaal zelf. Ik denk dat ik daarmee teveel verklap over het verhaal zelf.
Daarom maar een ander personage, de verteller uit Algorhythm'n'Blues (gratis te lezen op diverse plaatsen).
Dat was een raar verhaal, ik had wel een idee waar het verhaal heen moest, maar wegens de deadline van Fantastels had ik nogal haast. Ik begon gewoon te schrijven, met die verteller die eerst vertelt over de dochter die later in het verhaal (de dementie slaat toe, of is dat het effect van het algoritme?) ook een zoon zou kunnen zijn. Naarmate het verhaal vordert raakt de verteller steeds meer de connectie met de werkelijkheid kwijt, en kan steeds minder de illusie (door het algoritme, of dementie?) van de werkelijkheid onderscheiden.
Ergens na de introductie had ik een stukje waarin de dochter(?) naar de verteller roept. Wat roept ze? Pap of mam? Ik schreef het allebei op, deels een grapje naar mijn ouders toe, want toen ik leerde spreken riep ik ze kennelijk allebei tegelijk door "Mampa!" te roepen. Stel dat de dochter in het verhaal bij zoiets was gebleven... enfin, ik schreef door en kwam nog een paar van die passages tegen, waarbij ik dacht, dat zoek ik later wel uit, nu eerst snel dat verhaal op papier zetten.
En toen was het verhaal op papier gezet, en had ik nog geen idee wie de verteller was. Maar toen begon het me ook te dagen dat dat helemaal niet belangrijk was, en dat het ambivalente juist heel erg in het verhaal past (de verteller is zelf vergeten wie hij of zij is, net zoals de verteller niet meer weet of die een dochter of een zoon heeft, of misschien geen van beide, of niets, wie zegt dat er überhaupt een kind is ...).
Ik wil niet zeggen dat het een echt memorabel persoon is, dat past niet bij het verhaal, maar het toont wel dat je een later bekroond verhaal kunt schrijven zonder dat je eerst je personages helemaal uitdiept.